De Koninklijke Stichting Defensiemusea (KSD) is m.i.v. 25 juni 2014 door de Belastingdienst erkend als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). De vier musea die deel uitmaken van de KSD vallen onder dezelfde erkenning.

  • Nationaal Militair Museum te Soest
  • Marinemuseum te Den Helder
  • Mariniersmuseum te Rotterdam
  • Marechausseemuseum te Buren

Algemeen nut beogende instellingen (ANBI's) kunnen gebruikmaken van bepaalde belastingvoordelen bij erven, schenken, giften en de energiebelasting. Instellingen die als ANBI zijn aangewezen, hebben deze belastingvoordelen.  Voor donateurs van culturele ANBI's geldt vanaf 1 januari 2012 een extra giftenaftrek. Hierdoor worden giften aan culturele ANBI's gestimuleerd. 

Algemene gegevens KSD

De Stichting Defensiemusea is opgericht op 24 juni 2014. Per 1 januari 2015 is het predicaat "Koninklijke" toegekend door Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander. De stichting heet sindsdien dan ook Koninklijke Stichting Defensiemusea (KSD).

Het bezoekadres van de KSD is Plompetorengracht 18, 3512 CD Utrecht

Het postadres van de KSD is Postbus 6, 3760 AA te Soest.

Het algemeen telefoonnummer is 085-0036000.

Het algemeen faxnummer is 085-0036025.

Het internetadres is www.defensiemusea.nl

Het E-mailadres is info@defensiemusea.nl

 

Kamer van Koophandel

De Koninklijke Stichting Defensiemusea is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 6093.5200.

Het door de Kamer van Koophandel toegekende RSIN (registratienummer ten behoeve van Informatie Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden) is 854124548.

 

Doelstelling van de KSD

De doelstelling van de Koninklijke Stichting Defensiemusea is het bevorderen van kennis en het geven van inzicht in de betekenis van de krijgsmacht voor de Nederlandse samenleving in heden, verleden en in de toekomst en het in stand houden van het cultureel historisch erfgoed van de krijgsmacht.

 

Het actuele beleidsplan op hoofdlijnen

De Koninklijke Stichting Defensiemusea (KSD) is belast met het uitvoeren van het museale bestel van het ministerie van Defensie. Drie bestaande musea en een fusiemuseum geven samen een beeld van de Nederlandse krijgsmacht in verleden, heden en toekomst. De samenleving wordt op deze wijze een blik geboden op het werk en de inzet van ons militaire apparaat. Daarmee is het belang van een zo groot mogelijk publieksbereik onontbeerlijk. Tevens is het beheer en behoud van de collecties van essentieel belang.

Belangrijk is het om op te merken dat er nog heel veel gedaan moet worden om uniformiteit in processen, begrotingen, inventarisaties en contracten te krijgen. De volgordelijkheid bij het maken van documenten ten behoeve van stakeholders is van het grootste belang. Echter duidelijk moge zijn dat het aan menskracht ontbreekt om alle dossiers binnen een jaar op orde te hebben.

Financiën

Het ministerie stelt een subsidie ter beschikking om de vier musea te exploiteren. Een belangrijk deel van dit bedrag, meer dan 50 procent, is gereserveerd voor de “beschikbaarheidsvergoeding” van het Nationaal Militair Museum. Bij de overige drie musea geldt een traditionele huurconstructie. Het resterende deel van de subsidie wordt besteed conform de begroting die jaarlijks ingediend gaat worden. In dit stadium werkt de stichting hard om deze cyclus adequaat te kunnen opstarten.

Het schaalverschil tussen het Nationaal Militair Museum (NMM) en de overige musea is groot. Bezoekersaantallen verschillen enorm en derhalve de inkomsten. Opgemerkt dient te worden dat door de DBFMO-constructie in het NMM, het museum met de grootste capaciteit, het verdienvermogen vrijwel geheel geëcarteerd is. Louter en alleen inkomsten uit entreegelden vallen toe aan de stichting, terwijl bij een bezoekersaantal van meer dan 200.000 ook nog een vijfde deel van deze inkomsten contractueel wordt afgedragen aan de PPS-houder. Deze constructie is voor 25 jaar vastgelegd. De verdiencapaciteit van de overige drie vestigingen is door ligging en gebouwbeperkingen niet groot.

Omdat de bezoekersaantallen afhankelijk zijn van een goed product zal er belangrijk gereserveerd moeten worden voor tijdige vervangingen en vernieuwingen. Zeker met de investeringen zoals in het NMM, gaat het, gezien het oorspronkelijke inrichtingsbudget, om grote bedragen.

Collectie

De collecties van de verschillende musea zijn grotendeels eigendom van de Staat of worden dit binnenkort. De Staat geeft de collecties vervolgens aan de KSD in bruikleen. Conform de Ethische Code, de ICOM-definitie, de eisen van de Museumvereniging omtrent Museumcertificatie en de LAMO, worden deze collecties beheerd.

Het doel voor de komende jaren zal zijn een geïntegreerd collectiebestand te maken conform de eisen die de Inspectie van de rijkscollecties hierbij hanteert. Alle objecten zullen terug-vindbaar worden geïnventariseerd. Restauratieplannen zijn reeds beschikbaar en zullen in de toekomst verder gestroomlijnd worden in de richting van het exposeren van de voorwerpen. Ook de lijsten voor de afstoting van museumobjecten zijn voorhanden en in overleg met de Erfgoedinspectie wordt afstoting voorbereid.

Aspecten als wapenverloven, nucleair stralingsgevaar, ARBO enz. zullen hierbij conform de wet worden geregeld, voor zover dit nog niet gereed is. Er zal gestreefd worden naar een optimale beheersing van de klimatologische omstandigheden in de opstelling zowel als in de depots.

Publiek

De KSD zal alles in het werk stellen de missie van de musea zo goed mogelijk over het voetlicht te brengen. Daarbij zullen keuzes gemaakt moeten worden die leiden tot een vast stroom enthousiaste bezoekers. Tijdelijke tentoonstellingen, kortdurende publieksevenementen, manifestaties, open dagen en het betrekken van de natuurlijke ligging van de musea, zijn de tools waarmee bezoekers bereikt gaan worden. Het streven is om jaarlijks een gezamenlijk bezoekersaantal van meer dan 350.000 te bereiken. Dit is zeker haalbaar, maar vereist met grote regelmaat vernieuwingen in de opstellingen.

Ook zullen de komende periode tijd en middelen beschikbaar moeten komen om de marktpositie van de vier musea te formuleren en uit te dragen. Telkens zal daarbij de koppeling gemaakt moeten worden tussen “branding” en exposities en evenementen.

Personeel

Per 01-04-2015 zijn alle personeelsleden van de vier musea medewerker van de stichting geworden. Hiermee is iedereen overgestapt naar de Museum-CAO van de VRM. Werknemers die bij de reorganisatie van 2013 en 2014 op een afvloeiingslijst zijn geplaatst komen ten laste van een daartoe opgerichte voorziening. De Tijdelijke Ondernemingsraad (TOR) heeft telkens in goed overleg meegesproken met functiehuis en bezoldiging alsmede het Personeelshandboek.

Toekomst

De ogen zijn nu vooral gericht op het vervaardigen van stukken die noodzakelijk zijn om een nette en zorgvuldige museale organisatie te runnen. Parallel hieraan maken we plannen voor de korte, middellange en lange termijn. In goed en intensief overleg met het Ministerie van Defensie en na toestemming van de Raad van Toezicht van de Koninklijke Stichting Defensiemusea zal er een meerjarenbeleidsplan geformuleerd worden.

 

Statutaire bestuurssamenstelling

Directie

De Koninklijke Stichting Defensiemusea kent een statutaire directie die bestaat uit een of meer directeuren. Het aantal directeuren wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht heeft een algemeen directeur benoemd, te weten de heer P.M.L. van Vlijmen.

De directeur wordt in zijn taak bijgestaan door een managementteam dat bestaat uit de Manager Bedrijfsvoering van de KSD en de vier vestigingsmanagers van de onderscheiden musea.

 

Managementteam

De samenstelling van het Managementteam is als volgt:

Dhr. P.M.L. van Vlijmen, algemeen directeur Koninklijke Stichting Defensiemusea

Mw. M. van Berkel, Manager Bedrijfsvoering Koninklijke Stichting Defensiemusea

Mw. H. A. Klijnstra-Saam, vestigingsmanager Nationaal Militair Museum, tevens waarnemend algemeen directeur Koninklijke Stichting Defensiemusea

Dhr. P. van der Sijs, vestigingsmanager Marinemuseum [per 1 mei 2017]

Dhr. J. Dijkstra, vestigingsmanager Mariniersmuseum

Dhr. R. van der Heijden, vestigingsmanager Marechausseemuseum

 

Raad van Toezicht

De KSD kent een Raad van Toezicht (RvT) die toeziet op het realiseren van de (maatschappelijke) doelstellingen in een zo breed mogelijk kader en houdt toezicht op de algemene gang van zaken binnen de stichting en de daarmee verbonden organisatie. Het aantal leden van de RvT wordt bepaald door de RvT. Leden van de RvT worden benoemd door de Minister van Defensie, op voordracht van de RvT.

De samenstelling van de Raad van Toezicht is als volgt:

Dhr. J.S.J. Hillen, voorzitter

Dhr. W.I.I. van Beek

Dhr. R.H. Berkvens

Dhr. W. Bijleveld

Mw. M.G.H.A. Soeteman-Reijnen

Dhr. M. Schouten

Dhr. D. Starink

Dhr. H.H. Hulshof

 

Beloningsbeleid

Het beloningsbeleid van de Koninklijke Stichting Defensiemusea is gebaseerd op de Museum-CAO. Deze CAO is inzichtelijk via de website van de Museumvereniging (www.museumvereniging.nl).

Statutair is bepaald dat uit de gevoerde administratie op dit vlak duidelijk blijkt:

  1. De aard en omvang van de (eventuele) aan de afzonderlijke directeuren en leden van de Raad van Toezicht toekomende onkostenvergoedingen en vacatiegelden;
  2. De aard en omvang van de kosten die door de stichting zijn gemaakt ten behoeve van het beheer van de stichting, alsmede de aard en omvang van de andere uitgaven van de stichting;

De Raad van Toezicht stelt de bezoldiging en de verdere arbeidsvoorwaarden van de directie vast. Vergoedingen aan de directie worden zichtbaar gemaakt in de jaarrekening.

De leden van de Raad van Toezicht ontvangen voor de uitoefening van hun functie geen bezoldiging, middellijk, noch onmiddellijk. Eventueel betaalde redelijke kostenvergoedingen worden in de jaarrekening zichtbaar gemaakt.

 

Activiteiten

Voor de onderscheiden musea geldt dat de openstelling ongewijzigd is ten opzichte van de afgelopen jaren, met uitzondering van het nieuwe nationaal Militair Museum.

Verwezen wordt naar de afzonderlijke websites van de onderscheiden musea.

Nationaal Militair Museum:                       www.nmm.nl

Marinemuseum:                                            www.marinemuseum.nl

Mariniersmuseum:                                        www.mariniersmuseum.nl

Marechausseemuseum:                             www.marechausseemuseum.nl

 

 

Financieel verslag

Algemeen

Met ingang van 1 oktober 2014 vallen de 4 musea qua activiteiten, zowel operationeel als administratief, onder de Stichting Defensiemusea. Op 11 december 2014 werd het NMM geopend. Een en ander betekent dat de exploitatie van het op 24 juni 2014 opgerichte SDM een bijzonder boekjaar 2014 kent, wat administratief nog niet is afgesloten. Het eerste volle jaar van exploitatie zal 2015 zijn. 2014 is derhalve ook in de toekomst cijfermatig moeilijk vergelijkbaar.

Het personeel van het Legermuseum en het Marechausseemuseum zijn met ingang van 1 november 2014 in dienst getreden bij de KSD en voor het personeel van MLM, Marinemuseum en Mariniersmuseum geldt dat met ingang van 1 april 2015.

 

Musea

Het Nationaal Militair Museum is een fusieproduct van het samengaan van het Legermuseum en het Militair Luchtvaart Museum (MLM). Het Legermuseum kende een museale openstelling in Delft, doch was geheel 2014 gesloten voor het publiek. Het MLM was in 2014 eveneens gesloten voor het publiek. Het Legermuseum was een reeds in 2004 geheel verzelfstandigde stichting: de Stichting Militair-historisch Museum. Het MLM vormde onderdeel van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) dat voornamelijk qua overhead, huisvesting en facilitaire zaken een belangrijke bijdrage leverde aan de exploitatie van dit museum (ten tijde van de museale openstelling te Soesterberg, Kamp van Zeist).

Het Marinemuseum in Den Helder is in 2014 geopend voor het publiek, maar vormde onderdeel van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) dat voornamelijk qua overhead, huisvesting en facilitaire zaken een belangrijke bijdrage leverde aan de exploitatie van dit museum.

Het Mariniersmuseum in Rotterdam is in 2014 geopend voor het publiek, maar vormde onderdeel van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK). De Stichting Historische Verzameling Korps Mariniers (SHVKM) leverde voornamelijk qua overhead en beschikbaarstelling van de collectie een belangrijke bijdrage aan de exploitatie van dit museum.

Het Marechausseemuseum in Buren is qua exploitatie eveneens eerder verzelfstandigd (Stichting Museum der Koninklijke Marechaussee) en door meer stichtingen (waaronder voornamelijk te noemen de Stichting van Houten) jarenlang ondersteund in haar huisvesting, expositie en exploitatie.

 

Budget

De Koninklijke Stichting Defensiemusea kent voor 2015 een budget van € 16,25 mln., mogelijk gemaakt door inkomsten uit subsidiegelden van het Ministerie van Defensie en de realisatie van eigen inkomsten uit entreegelden en activiteiten.

 

Deel deze pagina